Het publiek-private programma iCentrale valt onder het programma Beter Benutten. We vroegen Jan Bert Dijkstra, programmadirecteur Beter Benutten, naar zijn kijk op de inspanningen om de bediencentrales van de decentrale overheden efficiënter te organiseren. Hoe schat hij de kansen in?

 
Foto: Louis Haagman
 
“Op 13 juli 2016 ondertekende ik namens het ministerie van (toen nog) Infrastructuur en Milieu een partnerschap voor de uitvoering van het programma iCentrale. De andere ondertekenaars waren Almere, Rotterdam, Den Haag, Flevoland, Utrecht en Noord-Holland en dertien bedrijven. De afspraak was duidelijk: de centrales van de gemeenten en provincies moeten slimmer en efficiënter bediend worden en daar gaan we met z’n allen, publiek en privaat, in investeren.

Voor ons als ministerie was dat laatste cruciaal. Het gaat om een programma voor decentrale overheden met volop kansen voor de markt, dus de regio’s en bedrijven moeten het belangrijk vinden – zij moeten samen de kar trekken. Verder moeten aantoonbare bijdragen worden geleverd aan de netwerkprestaties in stedelijke gebieden en moeten de structurele kosten voor overheden afnemen.

Dat zie ik heel positief in. De versnippering van die ruim 150 bediencentrales, meestal geëxploiteerd door een enkele provincie of gemeente en vaak gericht op een enkel domein, kan snel en aanzienlijk worden teruggedrongen. Door goed samen te werken en de zaken slim te combineren en integreren kunnen ze effectiever en efficiënter werken: met minder geld betere effecten bereiken voor (vaar)weggebruikers en voor bewoners en bezoekers van stedelijke gebieden. En dit op een manier zoals we tegenwoordig overal zien, in de vorm van op de klant afgestemde, prestatiegerichte diensten die beschikbaar zij voor alle provincies en gemeenten.

De partners in iCentrale hebben de afgelopen periode al verschillende iDiensten ontwikkeld waarmee provincies en gemeenten hun centrale bediening efficiënter en effectiever kunnen uitvoeren. Onder efficiënter en effectiever versta ik dan niet alleen ‘samen in één centrale die meerdere domeinen bedient’. Dat is al zinvol, want zeker in stedelijke gebieden zijn deze domeinen zo sterk met elkaar verbonden dat geïntegreerde aansturing ook de netwerkprestaties verbetert. Maar ik versta er ook de keus onder om centrale bediening als provincie of gemeenten niet meer zelf uit te voeren. Als overheden zijn we besteld om bepaalde prestaties en zekerheden te geven aan gebruikers van wegen en vaarwegen en aan bewoners en bezoekers van steden – niet om dit per se zelf uit te voeren. Als bedrijven dit beter en goedkoper kunnen doordat zij hun gestandaardiseerde diensten aanbieden aan meerdere overheden, waarom zouden we het dan nog zelf doen?

Het pakket aan iDiensten dat nu is ontwikkeld, biedt voor elk wat wils. Ook decentrale overheden voor wie centrale bediening voorheen te complex en te duur was, kunnen iDiensten afnemen. Voor hen biedt dit perspectief om relatief eenvoudig hun netwerkprestaties te verbeteren, voor de bedrijven creëert dit een nieuwe markt.

De iDiensten zijn nog eerste versies die de aankomende periode verder moeten worden uitontwikkeld en beproefd in de praktijk, door bedrijven en overheden – en wel gezamenlijk, gelijktijdig en gelijkwaardig. Daarom hebben we de voorzetting van het programma iCentrale opgenomen in de Korte Termijn Aanpak. Tijdens een landelijke summit van het programma iCentrale op 3 november 2017 hebben directeuren van gemeenten en provincies ons het aanbod gedaan om de aankomende tijd zelf uit te werken hoe zij dit zien en willen invullen. Dat aanbod heb ik aanvaard. Ik wens hun en de bedrijven succes en inspiratie en vooral veel ambitie. Ik zie graag de gezamenlijke publiek-private voorstellen tegemoet.”

Tagged with:
 

Comments are closed.