Het kunnen bedienen van meerdere domeinen in meerdere bediengebieden vanuit een iCentrale, vraagt om een innovatieve inrichting van de centrale zelf. Welk technisch platform is nodig om tot een flexibele ‘multidomeinwerkplek’ te komen? En hoe ziet het werk aan zo’n werkplek eruit?

Een iCentrale zal in hoge mate leunen op automatisering en kunstmatige intelligentie om de veelheid van taken behapbaar te maken voor het bedienend personeel. Zo wordt de monitoring in een iCentrale deels geautomatiseerd. Enkele (meer routinematige) bedientaken zal de techniek zelfs autonoom afhandelen. Zie verder de artikelen op de voorgaande pagina’s.

Maar wat gebeurt er precies als bepaalde taken de aandacht van de operator of netwerkmanager vereisen? Die ‘trigger based’ taken zullen in een iCentrale dynamisch over de beschikbare multidomeinwerkplekken worden verdeeld. Dat gebeurt zodanig dat noch de operators noch de netwerkmanager overbelast worden en kritieke werkprocessen echt de volle aandacht krijgen.

De zogenaamde integrated Human-Machine Interface, kortweg iHMI, zal hierbij in de nodige ondersteuning voorzien. Zo wordt altijd een common operational picture getoond, die past bij de uit te voeren taken: een grafische weergave van het areaal en van de dynamische verkeersstromen en verkeersmaatregelen binnen het beschouwde deelgebied, waarmee de bedienaar overzicht over de situatie heeft.
Via de iHMI kan een iCentrale-operator gemakkelijk een taak accepteren, waarna de bewaak- en bedieninterface van het managementsysteem dat bij de taak hoort, meteen aan z’n werkplek worden gekoppeld. De iHMI ondersteunt de operator ook stapsgewijs bij de uitvoering van de taak.

Uitgangspunten ontwerp technisch platform
Dit concept vereist echter nogal wat van de achterliggende techniek. Om gestructureerd naar het eindplaatje te kunnen werken, hebben de private partijen Dynniq, Siemens, Technolution en Vialis in het programma iCentrale een generieke blauwdruk opgesteld, aangevuld met een set geüniformeerde en gestandaardiseerde koppelvlakken.

Belangrijkste onderdelen van de blauwdruk zijn de business logic (data verzamelen en bewerken, automatisering van taken), de presentatielogica (taken dynamisch toekennen aan de juiste personen/desks) en de al genoemde iHMI – zie figuur 1.
Deze functionaliteiten worden via koppelvlakken aan de bestaande video- en objectmanagementsystemen en (vaar)wegnetwerkmanagementsystemen gesloten. Uitgangspunt hierbij is dat die bestaande systemen qua functionaliteit niet worden aangepast, maar alleen voorzien worden van een iCentrale-koppelvlak. Die interfaces zijn expliciet gespecificeerd en gebaseerd op officiële en de facto standaarden.

Een ander kenmerk van de iCentrale-blauwdruk is dat deze modulair is opgebouwd. Dit heeft voor systeemleveranciers het voordeel dat er niet één groot systeem hoeft te worden geleverd, maar dat ze zich op gespecialiseerde onderdelen kunnen richten. Voor de decentrale overheden en voor de private aanbieders van een iCentrale is de winst dat ze (deel)systemen kunnen betrekken bij meerdere leveranciers.
Last but not least is de blauwdruk voorzien van veiligheidskaders die borgen dat een iCentrale voldoet aan de (landelijke) veiligheidsrichtlijnen vanuit alle domeinen.

De blauwdruk, inclusief standaards en functionele omschrijving van de modules en koppelvlakken, is een belangrijk resultaat van het publiek-private programma iCentrale. Deze uitwerkingen worden momenteel omgezet in CROW-standaarden en begin 2018 landelijk gepubliceerd.

Een vereemvoudigde versie van de technische blauwdruk van een iCentrale. (Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.)

 
Hoe gaat het werken?
Wat zal dat uiteindelijk betekenen voor de taken op de werkvloer? Dat is het beste toe te lichten door een aantal werkzaamheden te beschrijven, steeds met een schuin oog naar figuur 1.
 

  • Een operator gaat aan de slag
    Een operator neemt plaats achter zijn werkplek en logt via de iAuthenticator in op het iCentrale-platform. Met behulp van het iOperational Picture bouwt hij voor zichzelf een beeld op van het beheergebied. Hoe staan het vaarwegennet, wegennet, de parkeerruimte en de openbare ruimte ervoor?
    Ondertussen houdt de iOrchestrator bij welke operators actief zijn, wat hun bevoegdheden zijn, welke taken ze al hebben opgepakt en wat dat betekent voor hun mentale werkbelasting en voor de ‘vulling’ van hun beeldschermen. De gebiedscoördinator overziet via de iOrchestrator de actuele bezetting van zijn centrale.
  • Een operator draagt taken over
    Taken die 24/7 aandacht van een operator vragen, worden via het iNotification Panel gemakkelijk overgedragen van de ene operator aan de andere. Indien deze nieuwe operator achter een andere bedienplek zit, zet de iWorkspace Manager het bij de taak horende managementsysteem over naar de gewijzigde bedienplek.
    Bij het overzetten positioneert de iPixel Space Manager automatisch de bewaak- en bedieninterface van het managementsysteem en de bijbehorende camerabeelden op de beschikbare beeldschermruimte. Via de iAudio Manager en de iEmergency Stop Manager worden ook audio, video en noodstop overgezet naar de nieuwe bedienplek.
    Op soortgelijke wijze kan een operator een deeltaak doorzetten naar een collega. Wanneer bijvoorbeeld in een van de tunnelbuizen een incident is opgetreden, kan de bedienaar het bewaken van de overige tunnelbuizen overdragen aan een collega en zich zelf geheel concentreren op het incident.
  • Managementsystemen voeren zelfstandig taken uit
    Veel van de managementsystemen kunnen nu al zelfstandig (trigger based) hun taken uitvoeren. Ze maken daarbij gebruik van data uit de diverse databronnen. In een iCentrale kunnen de verschillende managementsystemen echter ook in samenhang met elkaar taken uitvoeren. Daartoe leveren de managementsystemen en de databronnen hun data – meetdata én de triggers waarop managementsystemen hebben gereageerd en geacteerd – aan de iData Mapper. De iState Estimator gebruikt die data om de actuele toestand van de objecten, het (vaar)wegennet, de openbare ruimte en de parkeervoorzieningen te schatten. De iPredictor put uit de iData Mapper om de toestand over 5, 10, 15 tot maximaal 30 minuten te voorspellen.
    Op basis van de data, de (geschatte) actuele toestand en de voorspelde toestand detecteert de iEvent Detector of er gebeurtenissen zijn waarop moet worden gereageerd en geacteerd. Dit zijn gebeurtenissen die buiten het zichtveld vallen van de afzonderlijke managementsystemen. Wordt zoiets gedetecteerd, dan leidt de iEvent Detector af welk managementsysteem welke taak moet uitvoeren en schiet de bijbehorende trigger af op dat managementsysteem.
  • Toekennen van een nieuwe taak aan een operator
    Indien het een taak betreft die moet worden bewaakt of zelfs uitgevoerd door een operator, dan geeft de iEvent Detector dit door aan de iOrchestrator. De iOrchestrator beziet welke bedienaren bevoegd zijn om de nieuwe taak op te pakken en in hoeverre deze bedienaren ook in staat zijn de nieuwe taak op te pakken, gegeven hun actuele mentale werkbelasting en de vulling van hun beeldschermen.
    De operators die door de iOrchestrator zijn aangewezen als geschikt en beschikbaar, worden via het iNotification Panel op de taak gewezen. De operator die de taak aanneemt, krijgt via de iWorkspace Manager en de iPixel Space Manager het bijbehorende managementsysteem (waar nodig inclusief videobeelden, audio en noodstop) voorgeschakeld op de bedienplek.

 
Stappen
Om tot bovenstaande workflow te komen, zullen er nog een aantal (grote) stappen gezet moeten worden. Als eerste moet een stads- of wegbeheerder bepalen welke van zijn bestaande centrales wordt omgebouwd tot een iCentrale. Parallel zullen enkele bedrijven investeren in een eigen iCentrale, om iDiensten aan te bieden aan overheden die geen eigen centrales hebben.
Stap 2 is om de bestaande video- en objectmanagementsystemen en (vaar)wegnetwerkmanagementsystemen te voorzien van een iCentrale-koppelvlak. Die systemen kunnen vervolgens via een redundante verbinding worden gekoppeld aan de gekozen ‘iCentrale-locatie’. De laatste stap is dan om die locatie uit te rusten met het technisch platform en de technische infrastructuur zoals hierboven beschreven.

Zijn dat eenvoudige stappen? Deels wel en deels niet. Op zich zijn er techniek en koppelvlakdefinities voorhanden die een snelle, kleine stap richting iCentrale mogelijk maken. Maar veel van die oplossingen passen niet of onvoldoende in de iCentrale-blauwdruk – en zijn daardoor onvoldoende schaalbaar. De komende tijd zullen de decentrale overheden en de private partijen in iCentrale daarom moeten blijven investeren in nieuwe kennis en nieuwe technologie. Daar is misschien de nodige tijd mee gemoeid, maar de resultaten zullen er beslist naar zijn.

____

De auteurs
Paul van Koningsbruggen is director Mobility bij Technolution.
Bas Heutinck is manager Technology bij Dynniq.

Comments are closed.