Het gebruik van informatie- en communicatietechnologie in voertuigen zit in de lift. Om een idee te geven: in 2030 zal 30 tot 50% van alle voertuigen verbonden zijn met het internet. Die connectivity maakt data-uitwisseling mogelijk met autofabrikanten en dealers, maar ook met wegbeheerders, de weginfrastructuur en andere weggebruikers. Wat biedt dat voor mogelijkheden?

Die bredere uitwisseling zal de verkeersveiligheid, de efficiëntie, het comfort en de duurzaamheid van het verkeer aanzienlijk verbeteren, is de verwachting. De koppeling met de omgeving maakt immers een heel scala aan diensten mogelijk, zoals realtime veiligheidswaarschuwingen. Maar behalve data van ‘buiten’ zijn verbonden voertuigen zelf ook een bron van data: data over het voertuig zelf én over de directe omgeving van het voertuig. De fabrikant of dealer kan zo de technische staat van het voertuig inzien en op basis daarvan suggesties doen voor het onderhoud. Maar voertuigdata kunnen ook heel nuttig zijn voor wegbeheerders. Een voorbeeld: als op een bepaalde locatie bij meerdere voertuigen traction control wordt ingeschakeld, dan is de weg ter plaatse vermoedelijk glad. Een wegbeheerder kan daar dan actie op nemen.
Deze ontwikkeling wordt flink versterkt door de Europese Data Act – in het Nederlands: de Dataverordening. De verordening geeft (eind)gebruikers meer grip op hun voertuigdata. Ze kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen hun data toegankelijk te maken voor dienstverleners, zodat die de automobilist nuttige services kunnen leveren. Het indirecte effect is overigens dat ook de autofabrikanten inmiddels bewuster nadenken over bredere toepassingen van de voertuigdata.
Safety Priority Services
Die groeiende connectivity heeft al tot interessante projecten geleid. Een voorbeeld is het recent afgeronde Safety Priority Services. In deze pilot hebben het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, ANWB, Be-Mobile, KIA, Hyundai, INRIX en TomTom gezamenlijk informatiediensten ontwikkeld gericht op verkeersveiligheid. Denk hierbij aan meldingen direct op het dashboard over naderende hulpdiensten, wegwerkzaamheden, spookrijders, verkeersongevallen, filestaarten of afgesloten rijstroken. De serviceproviders konden hierbij ook zelf verkregen data, zoals meldingen van weggebruikers, delen met de wegbeheerder. Die kan dan weer sneller en efficiënter op incidenten reageren.
Een belangrijk aspect van het Safety Priority Services-project is de publiek-private samenwerking tussen de betrokken partijen. In deze samenwerking is een innovatief vergoedingsmodel ontwikkeld waarin de toegevoegde waarde van de geleverde informatie meeweegt.
In april 2025 is het project formeel beëindigd, maar de betrokken marktpartijen hebben besloten door te gaan met de ontwikkelde veiligheidsdiensten.
ROMO-project
Een ander interessant en onderscheidend initiatief is het project Road Monitor, kortweg ROMO. Medio 2024 is een eerste pilot afgerond waarin is beproefd hoe voertuigdata kunnen bijdragen aan het plannen van onderhoud en beheer, het bestrijden van winterse gladheid en het beter in kaart brengen van mogelijk onveilige situaties. Hiervoor is nauw samengewerkt met Mercedes-Benz als informatieleverancier.
Normaliter bepaalt Rijkswaterstaat één keer per jaar de toestand van de weg met behulp van speciale meetvoertuigen. Die meten onder meer de stroefheid, langsonvlakheid (hobbels), spoorvorming en steenverlies. Maar dankzij voertuigdata van de Mercedes-vloot kan Rijkswaterstaat dit beeld vergroten en verrijken. Op basis hiervan kan de wegbeheerder bijvoorbeeld besluiten om het eigen meetvoertuig nog eens naar een bepaald wegvak te sturen. Ook kunnen voertuigdata informatie geven over plekken en locaties waar de speciale voertuigen nu niet meten. Een voorbeeld: eventuele defecte voegovergangen tussen de weg en een brug kunnen worden afgeleid uit de schokken die de ophanging van de auto’s registreren.
Uit de evaluatie van ROMO1Het openbare eindrapport van het pilotproject ROMO is op te vragen via het NDW. is gebleken dat publieke overheden interesse hebben in de toepassing van voertuigdata, maar dat ze deze data vooral nog zien als aanvullende informatiebron – en (nog) niet als vervanging van de huidige meetmethoden.
ROMO2
Als vervolgstap is het innovatieproject ROMO2 in ontwikkeling. De belangrijkste doelstelling van dit project is de verdere integratie van de toepassing van anonieme voertuigdata in de (dagelijkse) operatie van wegbeheerders en het verbeteren van de dekking en databeschikbaarheid door de opschaling van één toeleverancier naar meerdere toeleveranciers.
Deze ambitie stelt het projectteam voor uitdagingen. Verschillende potentiële toepassingen vragen om verschillende detailniveaus, tijdsresoluties en indicatoren. Voor bijvoorbeeld gladheidsbestrijding is meer actuele data nodig dan voor toepassingen als verkeersonveilige hotspots. Maar voor laatstgenoemde toepassing is contextuele informatie, zoals de medeweggebruikers én de omstandigheden van een verkeersonveilige situatie, weer veel relevanter.
Om verschillende leveranciers ruimte te geven om binnen ROMO hun eigen kennis en ervaring in te brengen, stuurt Rijkswaterstaat voornamelijk op het beoogde resultaat en de impact van hoe de voertuigdata kunnen bijdragen aan beleidsdoelen. Randvoorwaarde is dat er een platform ontstaat waarin de informatie geïntegreerd en gecombineerd kan worden tot een tastbaar en helder handelingsperspectief voor de wegbeheerder. Ook moeten de communicatie-infrastructuur, de security en zeker ook de privacy op orde zijn. Alleen data die voldoen aan de eisen van de Algemene verordening gegevensbescherming zullen in het ROMO2-project worden gedeeld en gebruikt.
In de afgelopen maanden heeft Rijkswaterstaat met verschillende marktpartijen samengewerkt om ROMO door te ontwikkelen tot een volwaardige, innovatieve oplossing. In de zomer van 2025 zijn hiervoor verschillende usecases aanbesteed. Op basis van de ervaringen zal dan vanzelf duidelijk worden tot welke positieve businesscases de usecases kunnen uitgroeien – en in hoeverre voertuigdata en daaruit voortkomende informatieproducten definitief hun plek in de gereedschapskist van wegbeheerders zullen vinden.
Dit is een artikel uit Verkeer in Nederland 2025 van TrafficQuest. Abonnees van NM Magazine hebben deze publicatie als bijlage bij het tijdschrift ontvangen. De publicatie is ook te downloaden op de site van TrafficQuest en via deze site.
____
De auteurs
Ernst Jan van Ark Msc. en Eleni Charoniti MSc. zijn respectievelijk wetenschappelijk onderzoeker Smart Mobility en mobiliteitswetenschapper bij TNO.
