Column Bart Humblet: Bewust onbekwaam?

Iedereen kent dat riedeltje denk ik wel. Ik hoorde het voor het eerst van mijn rijinstructeur en later kwam het nog voorbij in diverse trainingen – het riedeltje van de leercyclus. In het begin ben je onbewust onbekwaam. Een heerlijke periode! Je kunt niks, maar je hebt er ook geen last van. Helaas worden we ouder, we gaan dingen anders zien en dan volgt geheid de volgende, meest pijnlijke fase: je bent bewust onbekwaam. In mijn geval toen ik als tienjarig jongetje dacht weg te rijden met de auto van mijn vader. De motor starten lukte me nog wel, maar hoe het precies werkte met die drie pedalen en dat pookje was toch andere koek. Met een hort en een stoot sloeg de motor af en ik was precies 10 cm vooruitgekomen. Illusie armer, ervaring rijker. En mijn ontzag voor mijn vader enorm gegroeid.

Bart Humblet, Royal HaskoningDHV
Enkele jaren later ben ik gaan leren, oefenen, starten, afslaan en weer door. En na een half jaar, 27 lessen ploeteren en een rib uit mijn lijf had ik eindelijk dat felbegeerde roze papiertje. Ik was een bewust bekwame automobilist. Het autorijden ging alleen nog niet vanzelf. Ik was volledig gefocust op mijn handelen in het verkeer. Maar nu, dertig jaar later, zit ik stevig in de fase van onbewust bekwaam. Autorijden gaat op de automatische piloot (nee, geen Tesla, maar bedoeld als metafoor) en het is nauwelijks meer voor te stellen dat ik dit ooit lastig vond. Het sturen, schakelen, remmen en anticiperen op medeweggebruikers gaan als vanzelf.

Waarom dit verhaal? Wat wil ik duidelijk maken? Mijn stelling is dat we als Nederland op het gebied van verkeer in het stadium onbewust bekwaam zijn beland. We vinden het allemaal maar ‘normaal’ dat in de Nederlandse steden 50% van de vervoersbewegingen met de fiets plaatsvindt, dat nergens ter wereld zo veel auto’s per kilometer asfalt zo snel en zo veilig worden afgewikkeld en dat treinen net zo stipt rijden als in Zwitserland, met overigens een veel hogere frequentie en bezettingsgraad dan in het Alpenland. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Nederland is koploper in de wereld van verkeer en mobiliteit! Het mooie en tegelijkertijd bijzondere is dat ik hier door buitenlanders op moet worden geattendeerd. Klanten en collega’s uit Duitsland, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, België en zelfs uit Australië komen naar Nederland om mij duidelijk te maken hoe bijzonder goed onze verkeerssystemen werken, hoe jong Nederlanders worden klaargestoomd voor de fiets, hoe goed onze professionals worden opgeleid aan de hogescholen en universiteiten en hoe duurzaam we wel niet zijn met ons uitgebreide fietsnetwerk.

Zijn we er dan? Ab-so-luut niet! Koploper zijn is één ding, koploper blijven is een andere opgave. We moeten investeren in nieuwe ontwikkelingen. En ja, dat heeft allemaal te maken met big data, connected vehicles, spoorboekloos treinen laten rijden, internet-of-things, floating car data en al die andere buzz-woorden. Maar we moeten vooral niet uit het oog verliezen voor wie we deze technische oplossingen verzinnen. Namelijk de mobilist. Deze mobilist wordt overspoeld met apps, informatie en hulpmiddelen. Het schiet zijn doel voorbij. Lane-keeping systemen of adaptive-cruise-control worden uitgezet omdat het mensen overprikkelt of erger: mensen gaan ongecontroleerd ‘leunen’ op ondersteunende systemen en letten zelf niet meer voldoende op. Laten wij als experts niet vergeten waarom en voor wie we het ook alweer doen. Even weer terug naar dat geschrokken tienjarige jochie: bewust onbekwaam. Het houdt ons scherp en dan blijft Nederland zeker koploper op het gebied van veilige, vlotte en duurzame mobiliteit.

____

Bart Humblet
Directeur Mobiliteit van Royal HaskoningDHV