Column: Verschuivende voorkeuren

George Gelauff
Van harte gefeliciteerd met het tienjarig bestaan, NM Magazine! We vieren allebei ons jubileum: in 2016 bestaat het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) ook tien jaar. Een mooie gelegenheid om even terug te kijken. En vooral vooruit.

In een van de eerste onderzoeken van het KiM analyseerden we hoe mensen diverse vervoerwijzen beleven. Uit het onderzoek blijkt dat in 2005 67% van de Nederlanders de auto het aantrekkelijkste vervoermiddel vindt, 27% de fiets en 4% het openbaar vervoer. Die voorkeuren waren in de decennia ervoor behoorlijk stabiel. Is dat nu nog zo? Dat gaan we dit jaar onderzoeken door de enquête uit 2005 te herhalen.

Maar ten minste zo interessant is de vraag wat er in de toekomst met die voorkeuren zal gebeuren. Het KiM publiceerde onlangs een aantal scenario’s voor het vervoerssysteem van de toekomst met zelfrijdende voertuigen. De scenario’s verschillen van elkaar in de mate van automatisering en de mate waarin consumenten autobezit en ritten willen delen. Voor elk toekomstbeeld beschrijven we de effecten op andere vervoerswijzen. Wat blijkt daaruit? De zelfrijdende auto zou de beleving van vervoerswijzen inderdaad ingrijpend kunnen veranderen!

Neem nou het openbaar vervoer. In het scenario Mobility as a service is dat er nauwelijks meer. Alleen op een paar heel intensief gebruikte verbindingen tussen steden zullen nog treinen rijden (dan zonder bestuurder natuurlijk) en binnen de steden resteren slechts enkele metrolijnen. De auto en het openbaar vervoer zijn als het ware met elkaar versmolten, doordat grote wagenparkbezitters mobiliteitsdiensten leveren. Als je eropuit wil, laat je een automatisch voertuig voorrijden dat je naar je gewenste bestemming brengt. Gedeeld met anderen of privé en met meer luxe als je daar geld voor overhebt. De markt levert daarmee vervoersdiensten die veel meer op persoonlijke voorkeuren zijn afgestemd dan het huidige openbaar vervoer. En die zullen ook vast veel hoger gewaardeerd worden dan het openbaar vervoer in de enquête uit 2005.

Maar dat is als zelfrijdende auto’s inderdaad tot in onze steden doordringen. In een alternatief scenario Multimodal and shared automation is automatisch rijden alleen op de snelweg mogelijk – in de stad neem je zelf het stuur weer over. In die stad rijden verder tram en metro zonder bestuurder op aparte trajecten, in hoge frequentie en tegen aantrekkelijke tarieven. De digitale reisassistent maakt overstappen heel gemakkelijk. Mensen waarderen dit hoogwaardig openbaar vervoer meer dan nu.

En de fiets? Verandert de fietswaardering als je een voertuig voor kan laten rijden dat je automatisch, veilig en droog overal heen brengt? In de wereld van het scenario Automated Private Luxury verliest de fiets inderdaad terrein ten gunste van zo’n persoonlijke automatische cocon, ook in de stad. Beleid kan dat echter beïnvloeden. In Mobility as a service ontmoedigt de overheid ritten van automatische voertuigen in de stad door hoge tarieven. In die wereld krijgen fietsen en lopen meer kans en zou de huidige waardering voor de fiets wel eens overeind kunnen blijven.

De scenario’s laten heel verschillende toekomstbeelden zien. Onzekerheden genoeg, over het gehele vervoerssysteem, de beleving van vervoerswijzen en de manier waarop verkeer in en buiten de stad in de toekomst gemanaged wordt. Waarover lezen wij in NM Magazine als wij allebei ons 25-jarig jubileum vieren?

____

George Gelauff
Directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid