Zijn we klaar voor systeemschokken?

In het zogenaamde Draghi-rapport, The future of European competitiveness, pleiten de auteurs voor een wendbaarder en toekomstgerichter Europees bestuursmodel. De achterliggende gedachte is dat Europese staten beter voorbereid moeten zijn op zogenaamde systeemschokken. Die oproep mag ook de verkeers- en vervoerwereld zich aantrekken, schrijft TrafficQuest in zijn uitgave Verkeer in Nederland 2025.

Foto: Michael de Groot
In een steeds instabielere wereld volstaat het niet langer alleen rekening te houden met voorziene veranderingen en geleidelijke transities – maar ook met plotselinge, ontwrichtende of anderszins ongekende gebeurtenissen. De Mobility Futures 2050-scenario’s van de TU Delft bijvoorbeeld schetsen uiteenlopende plausibele toekomsten, van hyperdigitaal tot klimaatbeperkt, die elk een ander soort veerkracht vereisen van onze verkeerssystemen. Tegelijkertijd benadrukken de lessen van het symposium Building Societal Resilience: A Whole-Of-Society Approach de noodzaak om ‘maatschappelijke systemen’ te ontwerpen met aanpassingsvermogen en robuustheid als uitgangspunt.

Die noodzaak is er zeker ook voor ons mobiliteitssysteem. Welke typen disasters zouden zich in ons land voor kunnen doen? De Landelijke Agenda Crisisbeheersing 2024-2029 noemt meerdere grote nationale risico’s die gerichte aandacht en voorbereiding vereisen: klimaatverandering en natuurrampen, infectieziekten, digitale dreigingen, geopolitieke spanningen en hybride dreigingen, technologische en industriële incidenten, en maatschappelijke onrust en verstoringen. Deze risico’s worden geprioriteerd op basis van hun impact op de samenleving, de waarschijnlijkheid van optreden, en de onderlinge afhankelijkheden tussen systemen – hoe bijvoorbeeld een cyberaanval zowel de mobiliteit als de gezondheidszorg kan ontregelen. De Agenda benadrukt de noodzaak van samenwerking die de verschillende sectoren overstijgt. Ook een op scenario’s gebaseerde planning en een zekere maatschappelijke veerkracht zijn essentieel om deze uitdagingen het hoofd te bieden, aldus de Agenda.

Kwetsbaarheden in het huidige systeem

De situatie nu is dat ons systeem voor personen- en goederenvervoer op cruciale punten niet veerkrachtig is, maar juist kwetsbaar. Het is bijvoorbeeld sterk afhankelijk van vaste infrastructuur en statische regels (denk aan verkeerslichtenregelingen), die door hun starheid niet of slechts traag reageren op onverwachte gebeurtenissen als extreem weer of een cyberstoring. Zelfs het managen van spitsen is een uitdaging op zich: ooit waren die spitsen redelijk voorspelbaar, maar met de veranderende werkpatronen en een onregelmatige vervoervraag worden die steeds grilliger.

Hoewel Nederland wereldwijd vooroploopt in waterbeheer, blijft onze verkeersinfrastructuur ook kwetsbaar voor hitte, overstromingen en andere klimaatgerelateerde risico’s. Binnen de infrastructuurplanning heeft klimaatbestendigheid nog nauwelijks een plek gekregen. In beleidskaders als de Mobiliteitsvisie 2050 missen we concrete uitvoeringsstrategieën op dit vlak.

Een ander bekend probleem is de beperkte real-time coördinatie tussen bestuurslagen. Oefeningen voor noodsituaties, zoals simulaties van cyberaanvallen of grootschalige evacuaties, zijn nog niet structureel ingebed in verkeersmanagement. Ook stedelijke logistiek heeft nauwelijks concrete plannen voor noodsituaties.

Inclusiviteit blijft een uitdaging. Een vergrijzende bevolking en de digitale kloof dreigen delen van de samenleving buitenspel te zetten, nu we steeds meer gebruikmaken van vervoers- en mobiliteitssystemen die technologiegedreven zijn.

En tot slot is rechtvaardigheid een punt van zorg: mensen met een beperking, mensen met lage inkomens en bewoners van landelijke gebieden zijn vaak ondervertegenwoordigd in beleidsprocessen, waardoor hun mobiliteitsbehoeften onvoldoende worden meegenomen, onder normale omstandigheden én tijdens crises.

Leren van het verleden

Om veerkracht in onze verkeerssystemen te verankeren, moeten we leren van eerdere grote verstoringen en deze lessen vertalen naar proactieve strategieën.

De overstromingen in Zuidoost-Europa in 2014 bijvoorbeeld legden de kwetsbaarheid van de infrastructuur bloot en leidden ertoe dat landen als Servië risicobeoordelingen en klimaatbestendige wegontwerpen gingen toepassen.

Een ander voorbeeld: de COVID-19-pandemie liet zien hoe belangrijk flexibel verkeersmanagement en ‘multimodaal aanpassingsvermogen’ zijn. Steden wereldwijd moesten hun straten snel herinrichten voor actieve mobiliteit en ook dienstregelingen van het openbaar vervoer moesten om. Belangrijke strategieën die uit deze ervaringen voortkwamen, zijn: investeren in modulaire en adaptieve infrastructuur, het integreren van real-time, interoperabele datasystemen over bestuurslagen heen en het verankeren van scenarioplanning in het mobiliteitsbeleid.

COVID-19 en mobiliteitsweerbaarheid in Nederland


Context: Tijdens de COVID-19-pandemie stond Nederland voor de ongekende uitdaging om de volksgezondheid te waarborgen en tegelijkertijd mobiel te blijven. Lockdowns, anderhalvemetermaatregelen en verminderde capaciteit van het openbaar vervoer vereisten een snelle aanpassing van stedelijke mobiliteitssystemen.
Acties: Steden zoals Amsterdam en Rotterdam richtten wegprofielen anders in om actieve mobiliteit te ondersteunen: zij voerden tijdelijke fietspaden in en verbreedden de trottoirs. Openbaarvervoerbedrijven pasten hun dienstregelingen aan en er werden digitale hulpmiddelen ingezet om stromen te monitoren en beheren. TU Delft en partners ontwikkelden digital twins om verstoringen te simuleren en interventies te testen.
Resultaten: Ondanks de beperkingen bleef de stedelijke mobiliteit functioneren. Actief reizen nam toe en de openbare ruimte werd flexibeler. Digitale hulpmiddelen maakten betere scenarioanalyses en coördinatie mogelijk, terwijl de samenwerking tussen gemeenten, onderzoekers en mobiliteitsaanbieders verbeterde.
Lessen: Flexibiliteit in infrastructuur en bestuur is essentieel. Digital twins en scenarioplanning kunnen de paraatheid vergroten. Inzichten in gedrag en inclusieve communicatie zijn cruciaal voor publieke naleving, en samenwerking tussen sectoren versterkt de weerbaarheid in crisistijden.


De Sustainable and Smart Mobility Strategy van de Europese Commissie benadrukt daarnaast het belang van digitalisering en grensoverschrijdende samenwerking om de veerkracht van het gehele systeem te versterken. Cruciaal is dat deze strategieën zowel het personen- als goederenvervoer betreffen, zodat toeleveringsketens blijven functioneren en eerlijke toegang tot mobiliteit behouden blijft – óók onder druk.

Van reactief naar proactief

Om een tijdperk van verstoring het hoofd te bieden, moeten we onzekerheid niet zien als een bedreiging, maar als een ontwerpuitdaging. Daarvoor moeten beleidsmakers, onderzoekers en ingenieurs verder gaan dan alleen reactieve planning en aanpasbaarheid, en inclusiviteit en toekomstgerichtheid centraal stellen in hoe ze onze verkeerssystemen ontwerpen, bouwen en beheren.

Belangrijk is ook de perceptie dat mobiliteit en verkeerssystemen meer zijn dan alleen infrastructuur. We moeten onze wegen, datasystemen en mobiliteitsdiensten zien als levende systemen en maatschappelijke fundamenten, die in staat zijn om te leren, zich aan te passen en te reageren op het onverwachte. Door op deze andere manier te kijken naar verkeerssystemen en verkeersmanagement kunnen we bouwen aan een toekomst waarin mobiliteit toegankelijk, betrouwbaar en rechtvaardig blijft.

Dit is een artikel uit Verkeer in Nederland 2025 van TrafficQuest. Abonnees van NM Magazine hebben deze publicatie als bijlage bij het tijdschrift ontvangen. De publicatie is ook te downloaden op de site van TrafficQuest en via deze site.
Meer lezen over weerbaarheid? Lees ook het thema Weerbaarheid uit NM Magazine 2025 #3.

____

De auteurs
Eleni Charoniti MSc. is mobiliteitswetenschapper bij TNO.
Isabel Wilmink MSc. is senior scientist en kennismanager bij TNO.