Column Haye Mensonides: Einde van het stoplicht

Op feestjes wil het nog wel eens over je werk gaan. In mijn geval wordt dan de vraag gesteld hoe het met ‘de stoplichten-business’ gaat. Voor iedereen met een beetje affiniteit met verkeersmanagement, is dat gruwelijk woordgebruik: zo’n ding heet een verkeerslicht! Voor buitenstaanders lijkt dat wat muggenzifterig, maar het is niet voor niets. Verkeerslichten doen veel meer dan je laten stoppen – ze zijn juist essentieel voor de doorstroming.

Die rol wordt met de komst van smart mobility alleen maar groter en groter. Cruciaal in dat verband is de communicatie tussen de infrastructuur en de gebruikers daarvan. Die gebruikers zijn automobilisten, maar ook vrachtwagenchauffeurs, fietsers, voetgangers, bestuurders van hulpdiensten en het openbaar vervoer. Het idee is dat we met een directe (real time) communicatie ons verkeerssysteem draaiende houden. Of beter: dat we voorkomen dat straks het hele land stilstaat. Het almaar uitbreiden van de infrastructuur biedt immers geen oplossing voor de groeiende behoefte aan mobiliteit. We moeten met slimme technologie de bestaande infrastructuur beter benutten. Enfin, die slimme communicatie wordt nu breed toegepast bij verkeerslichten.

Het partnership Talking Traffic, waarin de overheid en de belangrijkste marktpartijen zijn vertegenwoordigd, speelt hierin een cruciale rol. Er is een architectuur ontworpen die ervoor zorgt dat die broodnodige communicatie tussen infrastructuur en weggebruiker leveranciersonafhankelijk wordt gerealiseerd. Een voorbeeld: de door ons bedrijf ontwikkelde software die het verkeer op een kruispunt en tussen kruispunten optimaliseert, is te installeren op álle merken verkeersregelautomaten.

Hoe werkt dat in de praktijk? Om te beginnen moeten de kruispunten zijn uitgerust met zogenaamde iVRI’s, intelligente verkeersregelinstallaties. Voertuigen hebben iets als een on board unit nodig. Ze kunnen elkaar nu ‘herkennen’ en via een cloudoplossing of Wifi-P met elkaar ‘praten’. Omdat de software in de iVRI aansluiting heeft met alle andere iVRI’s, ontstaan er ketens. De wegbeheerder bepaalt op basis van alle binnenkomende informatie wie er wanneer groen krijgt. Als heel Nederland voorzien is van iVRI’s – er zijn zo’n 5500 kruispunten met verkeerslichten – kunnen we overal de doorstroming regelen, afgestemd op de lokale behoefte.

Dat is een zeer belangrijke stap in verkeersmanagement, waar we volop mee bezig zijn. Maar de uitdaging waar we voor staan is groot. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat de communicatie tussen infrastructuur en weggebruiker veel data oplevert die ook voor andere doelen interessant is, zoals platooning, autonoom rijden, tolheffing of zelfs boete-inning. Met een architectuur in de cloud kun je gegevens gebruiken en toevoegen om het verkeer nog slimmer te managen. Je kunt algoritmes inzetten. Enzovoort. Maar dat roept allemaal vragen op. Wie is eigenaar van de gegevens en deugen die gegevens wel? Wie bewaakt de kwaliteit van de algoritmes? Welke protocollen gebruiken we? Hoe zit het met privacy en de cybersecurity?

Veel van die vragen moeten we toch wel beantwoorden. Maar het gevaar is dat we er meteen zoveel extra toepassingen bij betrekken dat het ‘communicatief verkeersmanagement’ als oplossing voor files wel erg complex wordt. Met als resultaat dat het uiteindelijk nauwelijks van de grond komt en we niet veel verder komen dan het uitvoeren van pilots. Dat zien we nu al een beetje: op het terrein van smart mobility lopen momenteel ruim 600 pilots – in het buitenland staan wij bekend als hét pilotland. Hier moeten we snel uit zien te komen. We moeten opschalen, in gebieden denken en die in één keer van een verkeersoplossing voorzien in plaats van alleen een klein stukje N-weg. Daar zijn in ieder geval iVRI’s voor nodig die meer dan verkeerslichten zijn. Het stoplicht met de eigenschap op rood te gaan zonder dat iemand begrijpt waarom, is dan verleden tijd.

____

Haye Mensonides
Commercieel directeur Dynniq