Iedereen mee – juist nu het klimaat verandert

De komende jaren gaan we steeds meer merken van klimaatverandering. Ook onze mobiliteit zal erdoor beïnvloed worden. Hoe zorgen we ervoor dat reizen bij extreme weersomstandigheden toch voor iedereen mogelijk blijft? Juliette Eulderink en Esmee van Selst van Haskoning gaan in hun bijdrage in op het waarom en hoe van klimaatrechtvaardigheid in de context van mobiliteit.

Straat onder water door regenval

Het begrip klimaatverandering kennen we inmiddels wel, maar klimaatrechtvaardigheid roept misschien vragen op. Wat wordt er precies mee bedoeld? Eenvoudig gezegd gaat het om de eerlijke verdeling van risico’s, middelen en zeggenschap bij klimaatverandering. In de context van klimaatadaptatie en mobiliteit draait het om de volgende vraagstukken:

  • Verdelende rechtvaardigheid: wie draagt de lasten, wie profiteert?
  • Procedurele rechtvaardigheid: wie mag meebeslissen?
  • Erkenning: wie wordt gezien en gehoord?

Dat lijken zware woorden in de context van zoiets alledaags als mobiliteit. Maar bedenk waar mobiliteit of reizen voor staat: voor toegang tot werk, zorg, onderwijs en sociale contacten. Die toegang is nu al niet zuiver verdeeld over reizigers, want hij is afhankelijk van factoren als netwerk, aanbod, gezondheid, inkomen enzovoort. Klimaatverandering zou voor een extra horde kunnen zorgen – en mogelijk voor extra ongelijkheid.

Mobiliteitsongelijkheid versterkt

Volgens de KNMI-klimaatscenario’s krijgen we namelijk vaker te maken met extreem weer, zoals hittegolven en hevige neerslag. Deze veranderingen raken ook reizigers.

Hitte vormt bijvoorbeeld een groeiend risico voor voetgangers en fietsers. Zij bevinden zich vaker in de volle zon en op verharde oppervlakken, waar de gevoelstemperatuur al snel sterk oploopt. Die hitte kan leiden tot gezondheidsproblemen, verminderde verkeersveiligheid en een afname van het gebruik van duurzame modaliteiten. Op termijn kan dat weer resulteren in minder gebruik van het ov en ov-hubs, en uiteindelijk tot een verschraling van het ov-aanbod. Buitengebieden maar ook steden worden daardoor minder toegankelijk voor kwetsbare groepen.

Bij hevige neerslag kunnen straten en wegen onder water komen te staan. Vooral in stedelijke gebieden, waar verharding en beperkte mogelijkheden voor afwatering de wateroverlast verergeren, speelt dat probleem. Vitale voorzieningen en woonwijken zijn dan tijdelijk misschien niet (goed) bereikbaar. Dat kan ongelijkheid verder vergroten. Voor sommige doelgroepen is bijvoorbeeld thuiswerken veel makkelijker dan voor andere.

Daar komt bij dat maatregelen in het kader van klimaatadaptatie niet per definitie inclusief zijn. Neem de wens om steden te vergroenen. Meer bomen en minder kunstmatige verlichting dragen bij aan biodiversiteit, infiltratie en verkoeling, maar kunnen ook het gevoel van veiligheid op straat verminderen. Een donker fietspad omgeven door dichtbegroeide vegetatie is dan misschien klimaatbestendig, maar kan in de praktijk leiden tot vermijding of angst.

Aan de slag

Duidelijk is dat klimaatverandering vraagt om klimaatadaptatie, zeker vanuit het perspectief van eerlijke bereikbaarheid. Maar die adaptatie vraagt op haar beurt om zorgvuldige afwegingen, niet alleen tussen kosten en baten, maar ook tussen verschillende gebruikers, waarden en perspectieven.

Hoe pakken we dat goed en gedegen aan? Door ons bewust te worden van ongelijkheid en bij het streven naar een eerlijker systeem aandacht te hebben voor de volgende punten.

1. Analyseer kwetsbaarheid en impact
Met ruimtelijke data, zoals waterdiepte- en gevoelstemperatuurkaarten, kunnen we bepalen waar de grootste klimaatrisico’s liggen. Deze data kunnen ook slim worden gebruikt om vast te stellen waar bewoners de meeste (mobiliteits)hinder ervaren en het minste handelingsperspectief hebben. Het gaat hierbij om impact.

We moeten kijken naar het netwerk als geheel. Mobiliteit bestaat niet uit losse lijnen of diensten, maar uit een verweven netwerk van vervoersmogelijkheden. Dit netwerk verbindt mensen, plekken en modaliteiten. Voer bijvoorbeeld schaduwanalyses uit op langzaamverkeersroutes of begaanbaarheidsanalyses voor belangrijke routes bij hevige regenval. Wat zijn de schakels die niet mogen uitvallen?

Let ook op de ruimtelijke spreiding van sociaaleconomische data. Waar wonen en werken kwetsbare groepen? En waar bevinden zich vitale locaties, zoals scholen en ziekenhuizen?

2. Ontwerp klimaatadaptief voor iedereen
Mobiliteitskeuzes in het kader van klimaatadaptatie vragen om meer dan technische effectiviteit of ruimtelijke efficiëntie: ze moeten ook inclusief en klimaatrechtvaardig zijn. Dat betekent dat maatregelen niet alleen gericht moeten zijn op het beperken van bijvoorbeeld hittestress of wateroverlast, maar ook op het vergroten van de toegankelijkheid en leefkwaliteit voor álle bewoners, ongeacht leeftijd, fysieke mogelijkheden of sociaaleconomische positie.

Een interessant ontwerpprincipe is de zogeheten 8-tot-80-analyse, waarbij de stad klimaatadaptief wordt ontworpen met zowel jongeren als ouderen in gedachten. Als infrastructuur geschikt is voor een achtjarige én een tachtigjarige, dan is zij toegankelijk, veilig en comfortabel voor vrijwel iedereen.

In het kader van klimaatadaptatie betekent dit dat maatregelen behalve technisch effectief, ook uitnodigend en bruikbaar voor kwetsbare groepen moeten zijn. Denk aan een schaduwrijke, goed verlichte wandelroute die bescherming biedt tegen hitte en uitnodigt tot bewegen – prettig voor ouderen, kinderen én mensen met een beperking. Of aan verhoogde fietspaden die regenwater efficiënt afvoeren, maar ook voldoende breed en vlak zijn om veilig te gebruiken door rolstoelgebruikers of mensen met een rollator.

3. Versterk de sociale infrastructuur
In de transitie naar een klimaatbestendige leefomgeving is het versterken van de sociale infrastructuur minstens zo belangrijk als het aanpassen van de fysieke ruimte. Publieke voorzieningen als buurthuizen, bibliotheken, wijkcentra en ov-hubs kunnen een sleutelrol spelen in het vergroten van de veerkracht van buurten.

Deze plekken zijn niet alleen ontmoetingsplaatsen, maar kunnen ook fungeren als toegankelijke schuilplaatsen bij extreme weersomstandigheden. Door ze slim te positioneren en in te richten, zijn ze inzetbaar als koeltespots tijdens warme dagen, als opvanglocaties bij overstromingen of als informatiepunten waar bewoners terechtkunnen voor advies over klimaatadaptieve maatregelen.

4. Ontwerp met herstelvermogen
Niet alles hoeft bestand te zijn tegen elk klimaateffect. Terwijl hittegolven steeds vaker zullen voorkomen, blijft de kans op grootschalige overstromingen in veel gebieden relatief beperkt.

Dit vraagt om een gedifferentieerde benadering, waarbij niet alleen robuustheid maar ook wendbaarheid en herstelvermogen centraal staan. Wendbaarheid betekent dat stedelijke infrastructuur en mobiliteitssystemen flexibel kunnen inspelen op veranderende omstandigheden. Denk aan tijdelijke omleidingsroutes bij wateroverlast, verplaatsbare schaduwplekken of drinkwatervoorzieningen tijdens hittegolven, of flexibele ov-diensten die hun routes of frequentie aanpassen aan acute weersomstandigheden. Zelfs het concept van een dag watervrij – als variant op sneeuw- en ijsvrij, een dag waarop de stad zich aanpast aan wateroverlast – is denkbaar.

Door te ontwerpen met herstelvermogen in gedachten, kunnen we beter omgaan met de realiteit van klimaatverandering.

5. Betrek bewoners
Om bij te dragen aan procedurele rechtvaardigheid en erkenning is het belangrijk dat belanghebbenden niet alleen worden geïnformeerd over mobiliteitsplannen, maar ook daadwerkelijk kunnen meedenken en meebeslissen. Zeker in buurten waar het vertrouwen in de overheid laag is, is dit cruciaal.
De toetsing van de technische analyse in de wijk is essentieel om tot gedragen oplossingen te komen. Een visuele weergave van knelpunten en kansen op de kaart biedt een concrete basis voor dialoog met bewoners. Herkennen zij de gemodelleerde probleemlocaties? Waar ontstaan volgens hen knelpunten bij hevige regenval? Welke loop- of fietsroutes worden als onaangenaam ervaren?
Door lokale kennis te integreren, kunnen maatregelen effectiever worden afgestemd op de werkelijke behoefte en context.

Tijd voor adaptieve mobiliteit

Klimaatverandering is geen ‘probleem van later’. Effecten als hittegolven, wateroverlast en bodemdaling zijn al realiteit. En die problemen raken niet iedereen even hard.

Overheden die nú investeren in klimaatrechtvaardige mobiliteit en daarbij oog hebben voor ongelijkheid, bouwen niet alleen aan veerkrachtige netwerken, maar ook aan bereikbaarheid voor iedereen.

___

De auteurs
Ir. Juliette Eulderink is expert Klimaatadaptatie bij Haskoning.
Esmee van Selst MSc is adviseur Duurzame mobiliteit bij Haskoning.