Column: De impact van smart mobility op verkeersmanagement

Frans op de BeekOp 30 juni 2016 eindigde het Europese voorzitterschap van Nederland. Dat leek me een mooi moment om mijn loopbaan als topadviseur voor verkeersmanagement bij het Ministerie van Infrastructuur & Milieu/Rijkswaterstaat af te sluiten. En ik moet zeggen: ik heb een fantastische en uitdagende tijd achter de rug! Ontwikkelingen op het vlak van connected, coöperatief en automatisch rijden zullen het verkeersmanagement zoals we dat nu kennen, zonder twijfel raken. Dat moet allemaal nog tot volle wasdom komen, maar de afgelopen periode heb ik in ieder geval mede richting kunnen geven aan de nieuwe plek van verkeersmanagement in een smart mobility wereld.

En ik denk dat we ons als Nederland daar prima op voorbereiden. Onze aanpak met de Ontwikkelstrategie Verkeersmanagement en Beter Geïnformeerd op Weg, in combinatie met projecten als de Coöperatieve ITS Corridor Nederland-Duitsland-Oostenrijk, Spookfiles A58, Praktijkproef Amsterdam en de Innovatiecentrale, zijn uniek in de wereld. Je ziet nu ook dat ons beleid navolging krijgt in andere landen. Het was trouwens ook vanuit die positie als voortrekker dat we de Declaration konden ontwikkelen en agenderen voor de informele raad van transportministers op 14 april in Amsterdam. Met de Declaration of Amsterdam – en op dezelfde dag de Experience en een week ervoor nog de European Truck Platooning Challenge – hebben we Nederland echt op de wereldkaart van smart mobility gezet!

Dat geeft een boost aan de Europese ontwikkeling, harmonisatie en standaardisatie van connected en automatisch rijden. Maar het stimuleert óók de Nederlandse initiatieven en betrokkenheid. Het positioneren van Nederland als testland en het realiseren van een landelijk Living Lab met regionale ontwikkelingen en testfaciliteiten heeft uitstraling op het Nederlandse bedrijfsleven en trekt internationale partners aan. De internationale projecten zoals de Coöperatieve ITS Corridor en het recent geaccepteerde CEF-voorstel InterCor dragen bij aan het praktisch ontwikkelen en testen van (inter)nationale standaarden voor bijvoorbeeld security, hybride communicatie en nieuwe mobiliteitsdiensten. We beperken daarmee risico’s van verkeerde investeringsbeslissingen. Om gedragen standaarden te krijgen en de belangen van de Nederlandse stakeholders internationaal te verdedigen zijn onze ronde tafels voor afstemming over architectuur en standaardisatie trouwens van essentieel belang.

Al deze ontwikkelingen in combinatie met de sociaaleconomische veranderingen zoals individualisering en publiek-private samenwerking hebben een enorme invloed op verkeersmanagement. Ik vertelde in mijn masterclass voor collega’s van Rijkswaterstaat dat het punt op de horizon nog niet duidelijk is, maar dat het keuzeproces wel steeds nadrukkelijker bij de weggebruiker zelf komt te liggen: het principe ‘zelfsturing tenzij’. Verkeersmanagement schuift dan vanzelf meer richting het bewaken van maatschappelijke randvoorwaarden met doelen als leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid, en het beschikbaar stellen van voldoende capaciteit in reguliere en ‘bijzondere’ situaties als crises of calamiteiten.
Het richting geven aan dit nieuwe netwerkbrede verkeersmanagement vraagt om samenwerking tussen alle wegbeheerders en private partijen. Een organisatie als Connecting Mobility speelt daarin een belangrijke rol.

Ik zal deze spannende en dynamische ontwikkelingen als pensionaris op afstand blijven volgen en draag mijn taken vol vertrouwen over aan mijn opvolger Serge van Dam, die nauw zal samenwerken met Antoine de Kort en Henk Schuurman. Ik heb een enorm uitdagende en plezierige tijd gehad bij het ministerie en Rijkswaterstaat en wil iedereen via deze column hartelijk danken voor de plezierige samenwerking en het vertrouwen dat zij mij gegeven hebben.”

____

Frans op de Beek
Voormalig topadviseur Verkeersmanagement