Meedenken over gebiedsvernieuwing

Gelet op de schaarste aan ruimte is bij gebiedsvernieuwing ruimte-efficiëntie vaak hét uitgangspunt. Ook mobiliteit zal bij die efficiëntieslag z’n bijdrage moeten leveren. Maar hoe houden we dat realistisch en haalbaar? Het is belangrijk dat zowel ruimte- als mobiliteitsprofessionals van meet af aan samen optrekken en scherp en kritisch met elkaar meedenken over de mogelijkheden.


Foto: Dimitar Gorgev, Dreamstime.


Het is voor steden een balanceeract van jewelste: steeds meer mensen huisvesten en de wijken toch aangenaam, leefbaar en veilig houden. Zoiets vereist slimme, innovatieve en waarschijnlijk ook stevige ingrepen in het ruimtegebruik, vanuit een domeinoverschrijdend perspectief.

Nu is er aan ideeën en vergezichten over gebiedsvernieuwing geen gebrek, maar die blijken lang niet allemaal even haalbaar. Dat heeft verschillende oorzaken, maar we willen er één kort aanstippen: dat gebiedsvernieuwing vaak toch te veel vanuit een enkel domein wordt opgepakt. Er wordt dan ingezet op (woning)verdichting van een wijk, zonder stil te staan bij de vraag of de infrastructuur het bijbehorende extra verkeer wel aan kan. Of uit oogpunt van leefbaarheid wordt de elektrische auto vol gepromoot, zonder rekening te houden met de krapte op het elektriciteitsnet.

Als er wel rekening wordt gehouden met (neven)effecten in buurdomeinen, dan is dat vaak met te weinig kennis van wat echt werkt. Gechargeerd voorbeeld: ‘We zorgen voor voldoende deelvervoer, dus hoeven we voor de extra woningen in de wijk geen parkeerplaatsen in te calculeren.’ Was het maar zo’n feest.

Wat hebben we nodig?

Nu is gebiedsvernieuwing iets dat het dagelijkse leven van inwoners decennialang raakt. Het is dan ook van groot belang om missers zoals bovenstaande voor te zijn en te komen tot haalbare oplossingen. Tot oplossingen die multidomein zijn en minimaal de domeinen woningbouw, publieke ruimte, mobiliteit, energie en ecologie betreffen. En omdat we van tevoren ook niet alles weten, moeten de oplossingen tevens flexibel zijn en in de loop van de tijd kunnen worden aangepast.

Als naast ruimteprofessionals ook verkeer- en vervoerprofessionals van meet af aan betrokken zijn bij gebiedsvernieuwing, kunnen ze domeinkennis inbrengen en ook vroegtijdig aan de bel trekken: hier verwacht je te veel van deelvervoer, dit is niet met verkeersmanagement weg te werken enzovoort.

Proces

Hoe zou je dat methodisch (procesmatig) kunnen inrichten? We beschrijven kort vijf stappen. De eerste twee zijn gebaseerd op de (principes achter) de tool Ruimte Kompas, een aanpak van Goudappel om ‘domeinbreed’ de ambities voor gebiedsvernieuwing te bepalen – zie ook figuur 1. De drie daaropvolgende stappen komen van het Spatial Impact Assessment Framework, een methodologie van TNO om doelen en ambities te vertalen in concrete ingrepen in de openbare ruimte.

Figuur 1: De relatie Brede welvaart en Ambities openbare ruimte (bron: Goudappel).


1. Waardeer de huidige situatie
Laat specialisten uit de verschillende domeinen – wonen, openbare ruimte, parkeren, mobiliteit, energie enzovoort – het te vernieuwen gebied waarderen met ‘rapportcijfers’. Dat kan aan de hand van bredewelvaartthema’s als ruimte voor verblijven, ontmoeten en beleven, veilige leefomgeving, inclusief en toegankelijk, toekomstbestendige mobiliteit enzovoort. (Zie figuur 2.)

Figuur 2: De waardering van de huidige situatie (bron: Goudappel).


2. Bepaal gezamenlijk de ambities
Opdracht 2 is om de ambities voor de gebiedsvernieuwing te bepalen. Dezelfde specialisten kunnen hier de beleidsambities vanuit hun domein inbrengen en afwegen. Hoeveel ruimte moet er zijn voor ontmoeten, verblijven en beleven? Hoe belangrijk is het dat deze ruimte inclusief en toegankelijk is voor iedereen? Wat willen we op het gebied van energie? Enzovoort. (Zie figuur 3.) Dat leidt tot vaststellingen als: ‘qua veiligheid zitten we op een 6, maar we willen naar een 8’. Door hierover al aan de voorkant in gesprek te gaan, ontstaat er inzicht in elkaars belangen. Dat helpt om synergie te zoeken waar het kan. Maar het is ook een hulp om vast te stellen waar het knelt – tenslotte is niet alles mogelijk.

Figuur 3: De invulling van de ambities (bron: Goudappel).


3. Zet ambities om in concrete ruimtelijke behoeften
De volgende stap is dan om de ambities ‘ruimtelijk’ te maken, oftewel: wat zijn de ruimtelijke gevolgen van de ambities en welke interventies zijn nodig?

Om van ambitieuze beleidsdoelstellingen tot concrete ruimtelijke keuzes te komen, is een geïntegreerde en transparante aanpak nodig. Ambities op het gebied van huisvesting, klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit en dergelijke zijn op complexe wijze met elkaar verweven en concurreren om dezelfde beperkte ruimte. Het expliciet maken van deze interacties is een voorwaarde voor weloverwogen besluitvorming. (Zie figuur 4.)

Het is belangrijk om hierbij niet uit te gaan van projecten of maatregelen (de ‘middelen’ tot een doel), maar om te beginnen met het op een rij zetten en structureren van de ambities. Die ambities vertalen we vervolgens naar ruimtelijke behoeften: hoeveel ruimte is ervoor die ambitie nodig, waar en onder welke voorwaarden? Hiermee maken we abstracte doelen tastbaarder en beter vergelijkbaar, iets wat vaak ontbreekt in niet-ruimtelijke domeinen.

Figuur 4: Een voorbeeld van het ‘ruimtelijk maken’ van de ambities op het gebied van Gezonde leefomgeving (bron: TNO).


4. Vergelijk scenario’s en beleidskeuzes tussen domeinen
De lijst met ambities en bijbehorende ruimteclaims is al snel zo lang, dat niet aan alles kan worden voldaan. In deze stap werken we daarom verschillende scenario’s uit. Die scenario’s bestaan uit (haalbare) combinaties van ambities en ruimtelijke ingrepen. Door de scenario’s onderling te vergelijken, kunnen we beter beoordelen hoe beleidskeuzes zich ruimtelijk vertalen over verschillende domeinen en schaalniveaus heen. Daarmee maken we expliciet waar ambities elkaar versterken en waar ze met elkaar concurreren, in plaats van ervan uit te gaan dat synergiën ‘automatisch’ ontstaan.

We werken hierbij met een set aan ruimtelijke interventies om een bepaald beleidsdoel op verschillende domeinen te bereiken. Deze interventies zijn niet op het niveau van uitgewerkte oplossingen, maar meer strategisch: ‘opties’ die kunnen bijdragen aan de ambities en doelen van de verschillende domeinen voor gebiedsvernieuwing. Denk aan interventies (opties) als verdichting, gemengd landgebruik of multifunctioneel landgebruik. Door deze te koppelen aan verschillende scenario’s, worden de ruimtelijke gevolgen van het prioriteren van bepaalde doelen zichtbaar en tastbaar.

Als we ruimtelijke afwegingen tussen de verschillende doelen en domeinen op deze manier expliciet maken, kunnen we beter onderbouwde en transparante ruimtelijke beslissingen nemen. Wanneer de gevolgen van beleidsambities duidelijk zichtbaar worden, is het voor besluitvormers immers gemakkelijker om keuzes te maken over spanningen, voordelen en compromissen tussen de verschillende domeinen.

5. Verbind nationale, regionale en lokale schalen
Ruimtelijke keuzes die op nationaal, regionaal en lokaal niveau worden gemaakt, zijn nauw met elkaar verweven. Beslissingen die op één niveau worden genomen, hebben onvermijdelijk invloed op de andere niveaus, waardoor feedbackloops ontstaan die mobiliteitsnetwerken, patronen van landgebruik en ruimtelijke ontwikkeling op lange termijn vormgeven. Deze onderlinge verbondenheid geldt niet alleen voor fysieke ingrepen, maar ook voor de bestuursmodellen die daaraan ten grondslag liggen. Het erkennen en coördineren van deze schaaloverschrijdende dynamiek is essentieel voor coherente en toekomstbestendige plannen voor gebiedsvernieuwing.

Conclusie

Nederland staat voor een complexe ruimtelijke puzzel waarin woningbouw, mobiliteit, energie, ecologie en publieke ruimte niet langer afzonderlijk kunnen worden gepland of geoptimaliseerd. Naarmate de ruimtelijke druk toeneemt, moeten gemeenten en regio’s overgaan op een verweven benadering van ruimtelijke besluitvorming die ambities over domeinen heen expliciet verbindt. En die ook niet zozeer probleemgestuurd is, maar opgavegestuurd: wat voor wijk of stad willen we zijn?

Dit vereist dat we doelen en ambities breed afwegen, ze ruimtelijk expliciet maken en gestructureerd te werk gaan om afwegingen, verdelingseffecten, conflicten en synergiën in ruimte aan het licht te brengen. Door de focus te verschuiven van sectorale optimalisatie naar onderhandelbare ruimtelijke keuzes, ondersteunen we meer geïnformeerde, transparante en innovatieve oplossingen. Oplossingen die ook haalbaar zijn.

___

De auteurs
Carla Robb is Senior Project Lead and Spatial Consultant bij TNO.
Maiara Biscaro Uliana is Medior Consultant Spatial Planning in Mobility & Built Environment bij TNO.
Ir. Marco Aarsen is Landschapsarchitect/adviseur van het Team Mobiliteit en Ruimte van Goudappel.