Volop vragen over de nieuwe Europese ITS-richtlijn

Dit jaar verschijnen de nieuwe Europese richtlijnen voor de toepassing van intelligente transportsystemen: de EasyWay Deployment Guidelines. Alle Europese lidstaten hebben tot 1 mei de tijd om hun mening te geven. Ook voor Nederland is de centrale vraag: wat vinden we van deze richtlijnen? Dragen ze bij aan de harmonisatie en ‘interoperabiliteit’ van ITS-oplossingen?

De belofte is duidelijk: intelligente transportsystemen (ITS) kunnen ons verkeer efficiënter, veiliger en schoner maken. Maar wil het zover komen, dan moeten er nog wel de nodige stappen worden gezet. Europese stappen, want voor een op automotive gericht vakgebied is één land al snel te klein. Om die reden zijn er in 2010 concrete Europese richtlijnen opgesteld. Na een grondige evaluatie en een reeks aanpassingen verschijnt er dit jaar een nieuwe versie van de richtlijnen.
De nieuwe richtlijnen zijn opgesteld door experts van alle wegbeheerders binnen het Europese project EasyWay. Daarin werken 27 EU-lidstaten samen met de Europese Commissie om ITS-diensten op het Europese wegennet verder te harmoniseren. Met de nieuwe richtlijnen, gedoopt tot EasyWay Deployment Guidelines, brengt EasyWay de ontwikkeling van ITS-diensten in lijn met de ITS-directive van de Europese Commissie – zie NM Magazine 2011 #3.

Geschiedenis
In 2010 kwam de eerste versie uit van de EasyWay Deployment Guidelines. Hier werden ‘best practices’ van wegbeheerders binnen Europa gedeeld. Nederland heeft in 2010 vooral bijgedragen aan de thema’s Travel Times, Incident Management en Hard Shoulder Running (spitsstrook). In 2011 zijn de richtlijnen ‘doorontwikkeld’ met de kennis en kunde van de 150 private en publieke EasyWay-partners. Eind 2011 heeft vervolgens een ‘peer-review’ plaatsgevonden onder ITS-experts om de vernieuwde richtlijnen inhoudelijk te toetsen.

Vereisten
De nieuwe EasyWay Deployment Guidelines zijn verdeeld over drie domeinen: ITS-diensten voor reisinformatie, verkeersmanagement en voor vracht en logistiek. Een belangrijk kenmerk van de richtlijnen zijn de zogenoemde requirements: ruim 300 functionele, organisatorische en technische vereisten, geldend voor de nationale wegbeheerders. Deze moeten ervoor zorgen dat ITS-diensten bijdragen aan een goede samenwerking en informatie-uitwisseling tussen alle partners op het weggennet (‘interoperabiliteit’). Daarnaast zijn de vereisten erop gericht dat ITS-diensten binnen Europa voor iedere weggebruiker herkenbaar zijn (‘common look & feel’). De vereisten kennen drie niveaus van sterkte: must, should of may.
De richtlijnen kunnen ook voor Nederland flinke consequenties hebben. Een voorbeeld is de Richtlijn Spitsstrook. Deze schrijft voor dat bij een geopende spitsstrook de snelheidsverlaging in de verkeerssignalering met een rode rand wordt aangegeven. In Nederland gebruiken we hiervoor nu nog groene pijlen. De vraag is of wij dat eigenlijk wel willen veranderen. Met andere woorden: voegt de richtlijn iets toe voor de weggebruiker?

Consultatie
Andere landen zullen vergelijkbare vragen hebben. Daarom worden de richtlijnen eerst voorgelegd aan de 27 lidstaten van de EU. Die hebben tot 1 mei 2012 de tijd om aan te geven wat zij van de richtlijnen vinden, in hoeverre zij die kunnen toepassen bij nieuwe ITS-projecten en of ze het eens zijn met de sterkteaanduiding (must, should, may).
In Nederland wordt de consultatie gecoördineerd door Rijkswaterstaat, ondersteund door ARS T&TT. Samen met andere partijen stelt Rijkswaterstaat een Nederlandse reactie op. Daarbij vraagt Rijkswaterstaat nadrukkelijk naar de mening van bedrijven uit de ITS-branche (via Connekt) én naar die van andere wegbeheerders (via het LVMB). Dat is niet zonder reden. Hoewel de vereisten in principe alleen gelden voor Rijkswaterstaat, als ‘nationale wegbeheerder’, mag de weggebruiker toch continuïteit van ITS-diensten verwachten op hoofdwegennet én onderliggende wegennet. Een gezamenlijke aanpak van de consultatie geeft alle betrokkenen bovendien meer inzicht in de ITS-ontwikkelingen op Europees niveau.

Harmonisatie
De vragen binnen de consultatie zijn vooral gericht op de vereisten bij de richtlijnen: in hoeverre dragen deze daadwerkelijk bij aan de harmonisatie van ITS-diensten? En in het verlengde daarvan: wat betekent dat voor Nederland?
In het kader van de consultatie zijn er in de afgelopen weken verschillende bijeenkomsten en workshops georganiseerd. De eerste reacties op de richtlijnen zijn positief. Zo gaven de deelnemers (vertegenwoordigers van het bedrijfsleven) in de sessie bij Connekt aan, dat ze hopen dat de guidelines bijdragen aan het ontstaan van harmonisering in Europa. Dat vergroot immers de potentiële afzetmarkt en maakt het investeren in nieuwe producten en diensten aantrekkelijker.
Maar er zijn ook punten van twijfel. Zo zouden sommige technische specificaties te sterk zijn aangeduid, waardoor ze niet toekomstvast zijn. Aan de andere kant bleken functionele vereisten op verschillende plekken juist niet sterk genoeg.

Definitieve versie
De consultatieronde loopt af op 1 mei, waarna de reacties van alle 27 EU-landen worden verwerkt. Die procedure duurt tot 15 september. Vervolgens hebben de lidstaten tot 7 oktober te tijd om op de aanpassingen te reageren. De definitieve versie wordt op 22 november 2012 ter goedkeuring voorgelegd aan de bestuursraad van EasyWay.

___

Meer weten over de EasyWay Deployment Guidelines? Op www.easyway-its.eu kunt u een (Engelstalige) brochure downloaden.

De auteurs
Louis Hendriks is senior adviseur Netwerkmanagement bij Rijkswaterstaat.
Bram van Luipen is senior adviseur Verkeersmanagement bij Kennisplatform Verkeer en Vervoer.