De wereld van ITS is er een van high-tech, vol elektronische sensoren, draadloze communicatie en slimme dataverwerking. Het is dan ook vooral in typische ‘ict-landen’ als Japan, Verenigde Staten en Nederland dat de ontwikkelingen rond ITS snel gaan. Wil dat zeggen dat ITS te hoog gegrepen is voor minder ontwikkelde regio’s? Nee, aldus dr. Thinus Booysen van Stellenbosch Universiteit in Zuid-Afrika. Hij ziet goede kansen voor ITS in Sub-Saharisch Afrika.

ITS belooft meer verkeersveiligheid, een betere doorstroming op de weg en minder uitstoot van schadelijke stoffen. Wat dat aangaat lijkt ITS gemáákt voor Sub-Saharisch Afrika (SSA). Deze regio is goed voor slechts 2% van de geregistreerde voertuigen wereldwijd, maar is toch verantwoordelijk voor 20% van alle verkeersdoden. En wie SSA een beetje kent, weet dat lange, vervuilende files en het inefficiënte gebruik van het wegennet er gemeengoed zijn, zeker in de stad.
ITS zou in SSA dus met recht een uitkomst zijn. Punt is alleen dat de oorzaak achter de verkeersproblemen – financiële beperkingen, wanbeheer en historisch gezien een ongunstig vertrekpunt – nu ook net de reden is dat ITS er nog niet van de grond is gekomen.

Mobiele netwerken
Is er dan geen toekomst voor ITS in SSA? Zo negatief is het zeker niet. Het feit dat de regio nog geen stevige ITS-basis heeft, biedt namelijk de vrijheid om heel andere keuzes te maken en een paar technische ontwikkelingsfasen over te slaan. Een optie is om geen high-tech ITS-standaarden in te voeren, maar slim gebruik te maken van de mogelijkheden van mobiele netwerken. Mobiel bellen en internetten zijn in Afrika immens populair. Als je kijkt naar de dekking in landen als Botswana, Zambia of Kenia, dan blijkt die het beste in de grote steden en langs hoofdwegen – juist daar waar ITS-diensten nodig zijn. En alles wel beschouwd zijn veel van de ITS-toepassingen die we voorzien, ook realiseerbaar via de mobiele netwerken. In plaats van wegkantgebonden sensoren als lussen en radarsystemen kunnen bijvoorbeeld de signalen van smartphones en gps-systemen als databron dienen (‘floating car data’) om verkeersstromen en het gedrag van de weggebruiker te monitoren.

Doelgroep
Een voorwaarde voor het welslagen van ITS is dat er voldoende markt is. In SSA heeft het ‘informele’ openbaar vervoer wat dit betreft potentie. Deze private sector is in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw ontstaan als antwoord op het voortdurende gebrek aan investeringen in ‘formeel’ openbaar vervoer. Inmiddels is het een bloeiende bedrijfstak. Wat zou Tanzania zijn zonder z’n alomtegenwoordige Dala-Dala’s en Senegal zonder de Ndiaga Ndiaye? Een stad als Lagos, Nigeria, telt 80.000 minibus-taxi’s en in Zuid-Afrika rijden er zo’n 285.000. Ondanks de grote bekendheid bij het publiek, wordt de sector door het informele karakter ervan minder opgemerkt door beleidsmakers en onderzoekers. Maar dat maakt de potentie van het informele openbaar vervoer als launching customer er niet minder op! Op de Universiteit van Stellenbosch onderzoeken we daarom een aantal nieuwe ITS-toepassingen voor juist deze sector. Het gaat onder meer om een classificatiesysteem voor bestuurders, een detectiesysteem voor rijden onder invloed en het volgen van de minibus-taxi’s in afgelegen gebieden.

Tot slot
Is ITS relevant voor Sub-Saharisch Afrika? Zeker! ITS zou er een echte facilitator kunnen zijn. Maar bovenal biedt het ontwikkelingslanden een unieke kans om een grote sprong voorwaarts te maken op het gebied van verkeersveiligheid en het beter benutten van het wegennet.

____

De auteur
Dr. Thinus Booysen (mjbooysen@sun.ac.za) is onderzoeker op de Stellenbosch Universiteit in Zuid-Afrika.

 

Comments are closed.