Column: Internet of Mobility

Amsterdam werd 27 jaar geleden als eerste stad in Europa aangesloten op het internet. Daarmee was Amsterdam de eerste stad in Europa van waaruit je berichten kon versturen over wat we later het ‘www’ zouden noemen. De impact van het internet op de samenleving behoeft geen toelichting meer: álles om ons heen verandert.

Dat raakt natuurlijk onze mobiliteit. Wie gebruikt er tegenwoordig geen mobiel apparaat om te navigeren? Ook onze voertuigen zelf zijn steeds meer ‘connected’. Autofabrikanten huren halve hallen op elektronicabeurzen af om te laten zien wat voor slimme software ze nu weer hebben verzonnen voor hun auto’s. Een beetje voertuig beschikt over honderden sensoren, is voorzien van supercomplexe software voor het motormanagement en heeft een comfortniveau dat menig huiskamer overtreft. Het interessants is natuurlijk dat de auto’s volledig zijn geïntegreerd met het internet – het Internet of Mobility. De druk op de auto-industrie was dan ook groot, want door de opkomst van dienstenmodellen als autodelen en Uber leken fabrikanten de grip op de klant(beleving) kwijt te raken.

Inmiddels maken ook fiets de integratie met internet. Bedrijven als VanMoof bijvoorbeeld bieden steeds meer slimme ‘connectivity’ op hun modellen. En vlak voor de kerst van 2016 zijn de eerste Copenhagen Wheels (eindelijk) verscheept. Verder zijn er wereldwijd talloze fietsdeelprogramma’s uitgerold, met connectiviteit als drijvende kracht achter het deelprincipe.

Maar het openbaar vervoer, hoe staat het daarmee? Om heel eerlijk te zijn: de fabrikanten van tram, metro en trein zul je op de Consumer Electronics Show (CES) nog niet tegenkomen. Zet eens de ontwikkeling van bijvoorbeeld de tram af tegen de ontwikkeling van de auto. Het lijkt wel of de tram in veertig, vijftig jaar nauwelijks veranderd is! Geen wonder dat reizigers de beleving van rijden in bijvoorbeeld een Tesla veel hoger waarderen dan rijden met de trein, metro of tram. Niet zozeer vanwege het comfort – openbaar vervoer biedt vaak meer ruimte – maar wel door het verregaande user centric ontwerp van zo’n Tesla.

Toch zal ook in het OV snel een omslag volgen, verwacht ik. De opkomst van Mobility as a Service zal namelijk zorgen voor de broodnodige concurrentie in het openbaar vervoer. Niet op het vlak van fysieke infrastructuur (concessies maken dat lastig), maar wel op het gebied van diensten. Openbaarvervoerpartijen proberen dat vaak nu nog zelf op te pakken, zoals de NS of het GVB in Amsterdam, maar ze zullen meer en meer moeten samenwerken met andere marktpartijen. Uiteindelijk zullen publieke bedrijven met een openbaarvervoerfunctie zich ontwikkelen tot een platform. Ik heb het dan niet over de rail als platform voor verschillende voertuigen, maar over het voertuig zelf als platform voor diensten.

Amsterdam wil voor haar bewoners en miljoenen bezoekers een zo goed mogelijke reiservaring geven waarbij onnodig gebruik van de openbare ruimte door stilstaande voertuigen wordt voorkomen. Dat betekent onder meer dat er nog krachtiger zal worden ingezet op het faciliteren van fietsers. En met de komst van Mobility as a Service-bedrijven is er nu ook een serieus alternatief voor mensen die voorheen altijd met de auto kwamen. 27 jaar na de komst van het internet in Amsterdam is het Internet of Mobility bijna ‘af’. Het zal me dan ook niet verbazen als het GVB volgend jaar wél op CES staat. Voor Amsterdammers is dat een feest.

____

Ger Baron
Chief Technology Officer van gemeente Amsterdam