RVM-netwerk stroomlijnt regionaal verkeersmanagement

Op 18 september 2014 stelden de directeuren van het LVMB twee nieuwe ‘producten’ vast: een update van het Regionaal Verkeersmanagement-netwerk én een speciale GIS-database met informatie over dat netwerk. Hoe helpen deze producten wegbeheerders om hun inspanningen op het gebied van verkeersmanagement te stroomlijnen?

Het is een vraag die bij vrijwel alle regionale verkeersmanagement- en verkeersinformatie-projecten speelt: op welke wegen moeten we ons richten als we de weggebruiker optimaal willen bedienen? Die vraag voor een complete regio beantwoorden is een exercitie op zich. Het zou dus bepaald inefficiënt zijn als je dat steeds opnieuw moet uitzoeken, in weer een ander project met weer een andere projectgroep. Ook zou het met het oog op uniformiteit ongewenst zijn als verschillende regio’s verschillende afwegingen maken.
Voor de LVMB-partners was dat reden om gezamenlijk het Regionaal Verkeersmanagement-netwerk, kortweg RVM-netwerk, te bepalen. Dit is het samenhangende netwerk van rijkswegen, provinciale wegen en gemeentelijke wegen in Nederland dat belangrijk is voor een goede bereikbaarheid en dus relevant is voor regionaal verkeersmanagement. Eind 2013 stelden ze een 1.0-versie vast, gebruik makend van een set definities van typische ‘bereikbaarheidswegen’. Op basis daarvan is een kaart gemaakt waarover alle betrokken wegbeheerders geconsulteerd zijn. Tegelijkertijd is er een nieuwe GIS-database ingericht, uitgaande van het Nationaal Wegenbestand (NWB).

Update én nieuwe database
Het nieuwe RVM-netwerk bewees al vrijwel meteen zijn nut. Het is bijvoorbeeld gebruikt in de Beter Benutten-projecten Wegwerkzaamheden Actueel en Maximum Snelheden. In deze projecten zorgen wegbeheerders en serviceproviders voor betere reisinformatie aan automobilisten, met het RVM-netwerk als ‘werkgebied’.
In de zomer van 2014 hebben Goudappel Coffeng, Dat.Mobility, Rijkswaterstaat, NDW en MARCEL het netwerk op basis van de eerste ervaringen geactualiseerd tot een versie 2.0. Om de praktische waarde van dit RVM-netwerk te vergroten, hebben de partijen bovendien de bijbehorende GIS-database fors uitgebreid. De database bevat nu informatie die voorheen uit verschillende databases en kaarten moest worden geplukt: gegevens over de door de regio’s toegekende prioriteiten en functies van de wegen (‘regionale verbindingsweg’, ‘gemeentelijke ontsluitingsweg’ etc.), over incidentmanagement en over data-inwinning in NDW.

Voordelen
De geïntegreerde GIS-database brengt de relaties tussen de verschillende thema’s eenvoudig en op landelijke schaal in beeld, letterlijk in één oogopslag. Daarmee is het een prima tool om het regionaal verkeersmanagement verder te stroomlijnen. Zo kunnen wegbeheerders hun prioriteiten- en functiekaarten beter op elkaar afstemmen. Zij maken makkelijker kosteneffectieve keuzes ten aanzien van incidentmanagement en data-inwinning, door bijvoorbeeld het accent te leggen op RVM-wegen met een hoge prioriteit. En dankzij de nationale GIS-database krijgen wegbeheerders in de ene regio inzicht in hoe wegbeheerders in andere regio’s vergelijkbare keuzes maken. Ze kunnen van elkaar leren en eenvoudiger afspraken maken over bovenregionale samenwerking.

De nieuwe GIS-database voor het RVM-netwerk 2.0 is als open data-bestand hier beschikbaar.
 

Meerdere gegevens op één kaart – een voorbeeld

 

In deze kaart zijn drie gegevensbronnen gecombineerd: het RVM-netwerk, het netwerk waarvoor incidentmanagement (IM) is voorzien en de prioriteitenkaart. De kleuren zijn zo gekozen dat een wegbeheerder gemakkelijk zijn IM-inzet kan heroverwegen. Alle gekleurde wegen behoren tot het RVM-netwerk, waarbij geldt:

  • Groen: Wel IM.
  • Geel: Geen IM, maar weg heeft een lage prioriteit.
  • Rood: Geen IM, terwijl prioriteit hoog is. Op grond daarvan zou de inzet van IM logisch zijn. In dit specifieke geval gebeurt dat nog niet, omdat de rondweg een gemeentelijke weg is: IM wordt van oudsher uitgevoerd op de wegen van Rijkswaterstaat en de provincies.

____

De auteurs
Job Birnie is senior adviseur bij Goudappel Coffeng.
Aan dit artikel werkten mee: Jakob Henkel (DAT.Mobility), Erna Schol (Rijkswaterstaat), Terry Albronda (LVMB) en Els Rijnierse (NDW).