Een dagje plezier maken in het Sprookjesbos, de Droomvlucht en Symbolica begint voor Efteling-bezoekers net iets te vaak met een verplicht stilstaan op de toegangswegen N261 en Europalaan. Hoe deze overlast aan te pakken? Extra rijstroken aanleggen is geen optie en daarom kozen gemeente Loon op Zand en provincie Noord-Brabant voor een bijzondere oplossing: wisselstroken!

 
Foto: Levin den Boer
 
Tijdens piekuren, en dan vooral in de schoolvakanties en in weekeinden, zijn de toegangswegen N261 en Europalaan vaak overbelast. Buiten deze paar uren om is de wegcapaciteit echter meer dan voldoende. Hoe deze ‘piekproblematiek’ aan te pakken? Voor de gemeente Loon op Zand en provincie Noord-Brabant was het economisch en ruimtelijk gezien geen optie om extra rijstroken aan te leggen. Andere (standaard)oplossingen, zoals het optimaliseren van verkeerslichten, waren al benut of boden simpelweg te weinig soelaas. Daarom is gekozen voor een bijzondere oplossing-op-maat: een wisselstrokensysteem op de Europalaan.

De wisselstroken moeten het zomerseizoen 2019 van de Efteling in bedrijf zijn. Gemeente Loon op Zand is opdrachtgever van het project, dat zij samen met Provincie Noord-Brabant en Efteling uitvoert. Aannemer BAM bouwt het systeem. DTV Consultants adviseert de drie partners bij de verkeerskundige invulling en toetst (deel)producten.

De situatie
De verkeersdrukte op de Europalaan kent dagelijks twee piekmomenten. In de ochtend arriveert vanaf de provinciale weg N261 een grote stroom bezoekers die tegelijkertijd de parkeerplaats van de Efteling op willen. Aan het einde van de dag vertrekken deze bezoekers weer richting de N261, het leeuwendeel rond dezelfde tijd.

De recente reconstructie van de N261 naar 2×2 rijstroken heeft ervoor gezorgd dat het doorgaande verkeer op deze weg minder hinder ondervindt van het Efteling-verkeer. Maar de Europalaan zelf loopt op de topdagen nog wel vast. Niet vreemd, als je bedenkt dat er in een kort tijdsbestek ruim 6.000 voertuigen het Efteling-parkeerterrein op, dan wel afrijden.

Dat zal de komende jaren ook alleen maar erger worden gezien de groeidoelstelling van de Efteling. Het bezoekersaantal zal van 5 miljoen per jaar nu groeien naar maar liefst 7 miljoen per jaar in 2030, is de verwachting. Dat zorgt voor tot 40% meer verkeer.

Om dit enorme aantal bezoekers zo soepel mogelijk in en uit het park te krijgen, hebben gemeente Loon op Zand, de provincie Noord-Brabant en de Efteling in coproductie een plan opgesteld, het ‘Masterplan Wereld van de Efteling 2030’.

 

Figuur 1: Een schematische weergave van de situatie na de realisatie van Fase 2 van het project.


 
Oplossing: twéé wisselstroken
In het kader van dit masterplan is in 2016 een uitgebreide verkeersstudie uitgevoerd. Hierbij is gebruikgemaakt van het Brabantse verkeersmodel, data uit de verkeersregelinstallaties op de toegangswegen, verkeerstellingen en groeimodellen. Verkeerssimulaties met deze data leidden tot de conclusie dat de huidige infrastructuur onvoldoende geschikt is om aan de (toenemende) verkeersvraag te voldoen – ook wanneer in de toekomst een extra ontsluiting aan de zuidzijde van de Efteling zou worden ingezet.

Voor de Europalaan hebben Loon op Zand, de Provincie en de Efteling daarom gekozen voor een aanpak met wisselstroken. Nu zijn wegen met een wisselstrook op zich een bekende toepassing, maar op de Europalaan wisselen twee rijstroken van richting: in de ochtend krijgt het inrijdende verkeer drie rijstroken, terwijl in de avond juist de andere richting (uitrijdend verkeer) drie stroken krijgt. Per rijrichting blijft altijd één rijstrook beschikbaar voor verkeer met een andere bestemming dan de Efteling.

Deze technische invulling alleen al maakt het project uniek. Ook de toegepaste projectorganisatie in de vorm van twee overheden en de Efteling als particuliere partij die samen een gedeeld probleem oplossen, is bijzonder. Verder is het wisselstrokenproject een mooi voorbeeld van de ‘Beter benutten’-filosofie: slimmer gebruikmaken van het asfalt dat er al ligt.

Keuze voor wisselstrook maken bij het verkeerslicht
Een van de voornaamste uitdagingen van het wisselstrokensysteem is om het verkeer letterlijk in goede banen te leiden. Cruciaal hierbij zijn de ‘wisselpunten’, oftewel het begin- en het eindpunt van het wisselstrokentraject. Voor het systeem van de Efteling komt het wisselpunt voor het inrijdende verkeer bij de verkeersregelinstallatie van de Horst te liggen, de weg dicht bij en parallel aan de N261. Het wisselpunt voor het uitrijdende verkeer komt bij het voorplein van de parkeerplaats van de Efteling. Beide punten worden zo ingericht dat de automobilisten een routekeuze (bijvoorbeeld: wil ik naar de Efteling of naar Kaatsheuvel zelf?) moeten maken vóórdat ze het wisselstrokensysteem inrijden. Dit voorkomt tussentijds wisselen en garandeert een maximale verkeersveiligheid en een optimale doorstroming. Het van rijstrook wisselen zal trouwens ‘fysiek’ onmogelijk worden gemaakt. Zo komt er al op het voorplein van de parkeerplaats een scheiding met paaltjes.

Een andere veiligheidsmaatregel zijn de slagbomen bij het begin- en eindpunt. Elke richting krijgt een korte slagboom om één rijstrook af te sluiten en een lange slagboom om twee rijstroken af te sluiten. Dankzij deze voorziening kunnen auto’s nooit een op dat moment niet-toegestane rijstrook oprijden.
De wisselstroken worden verder ondersteund met signaalgevers (matrixborden) vanaf de verkeerslichten. De weg wordt iets verbreed om voldoende en robuuste verkeersruimte te blijven bieden.

Storingsgevoeligheid minimaliseren
Een belangrijk uitgangspunt bij de ontwerpkeuzes is dat de storingsgevoeligheid van het systeem minimaal moet zijn. Daarom hebben de partijen ervoor gekozen om middelen zoals dynamische markering en dynamische bewegwijzering niet toe te passen. Ieder dynamisch element introduceert namelijk een risico op falen of op tegenstrijdigheden in het systeem. De automobilist moet op dit krappe en extreem drukke traject met zo min mogelijk nadenken de wisselstroken kunnen gebruiken. De overzichtelijkheid is extra belangrijk omdat de Efteling geen attractie is die je dagelijks bezoekt – het percentage weggebruikers dat voor het eerst van de weg en de wisselstrokenvoorziening gebruikmaakt, zal altijd hoog zijn.

Ook dynamische maatregelen voor incidenten zijn bewust niet opgenomen in het wisselstrokensysteem. Dit zou het systeem wederom complexer en dus storingsgevoeliger maken.

Ketenbeheer en storingsafhandeling
In het wisselstrokensysteem zullen verschillende scenario’s worden geprogrammeerd:

  • Ochtenddrukte: Drie rijstroken inrijdend verkeer met één rijstrook uitgaand verkeer.
  • Rustige momenten: Twee rijstroken inrijdend verkeer en twee rijststroken uitrijdend verkeer.
  • Avonddrukte (rond sluitingstijd): Eén rijstrook inrijdend verkeer met drie rijstroken uitgaand verkeer.

Het systeem kan deze scenario’s in principe volledig autonoom inzetten. Maar om toch de controle te houden, is ervoor gekozen om het wisselstrokensysteem altijd door een menselijke handeling vrij te geven. Dit gebeurt letterlijk met één druk op de knop.

Het (verkeerskundig) beheer en onderhoud ligt zoveel als mogelijk bij de aannemer BAM, voor een contractperiode van vijftien jaar. BAM monitort het functioneren van het systeem actief en zal elk kwartaal de behaalde verkeersprestatie aan de gemeente Loon op Zand rapporteren.

Verwachte verkeerskundige opbrengst
Het wisselstrokensysteem wordt naar verwachting vóór de zomerdrukte van 2019 in bedrijf genomen. Dit is Fase 1 van het project. In Fase 2, na het zomerseizoen van 2019, wordt de langzaam-verkeersoversteek ter hoogte van de Horst verwijderd. Fietsers en voetgangers gaan dan via de nieuw aangelegde tunnel van de snelfietsroute F261 onder de Europalaan door.

Na oplevering van Fase 1 moet het wisselstrokensysteem 2.800 motorvoertuigen per uur richting de Efteling kunnen verwerken. Na Fase 2 stijgt deze eis naar 3.350 motorvoertuigen per uur. De vereiste uitrijcapaciteit is vastgesteld op 2.200 motorvoertuigen per uur. De weefbeweging op de toerit N261 richting Waalwijk zorgt ervoor dat de uitrijcapaciteit van het wisselstrokensysteem lager is dan de inrijcapaciteit.

Al met al zal het systeem na de realisatie van Fase 2 een verbetering opleveren van circa 65% op de instroom van het Eftelingverkeer ten opzichte van de situatie in 2016. Dat zijn bepaald geen slechte cijfers voor een maatregel die puur gebruikmaakt van het asfalt dat er al ligt.

___

De auteurs
Michiel Coppens is senior adviseur Smart Mobility bij DTV Consultants.
Johan Kraeima is projectmanager Wisselstroken bij gemeente Loon op Zand.

Comments are closed.